Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2023:2486

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 oktober 2023
Publicatiedatum
24 oktober 2023
Zaaknummer
22-002270-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep diefstal grote hoeveelheid klapkratten met braak

In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor het samen met twee anderen inbreken bij een landbouwbedrijf en het stelen van 7200 klapkratten, een daad die aanzienlijke financiële schade en maatschappelijke onrust veroorzaakte.

Het hof bevestigde de bewezenverklaring van het feit zoals vastgesteld door de rechtbank, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging. Gelet op de ernst van het feit, de brutale wijze van uitvoering en de maatschappelijke impact, achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Tegelijkertijd hield het hof rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van het feit en zijn positieve levenswending, waaronder het behoud van zijn baan als dakdekker.

Daarom legde het hof een gevangenisstraf op van 90 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur. Dit oordeel weerspiegelt een zorgvuldige afweging tussen strafrechtelijke vergelding en re-integratiebelangen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 90 dagen gevangenisstraf waarvan 89 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 120 uur.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002270-22
datum uitspraak: 24 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 18 augustus 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-285460-20 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1998,
adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straffen

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien weken, waarvan zes weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De raadsman van de verdachte heeft het hof – gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte – verzocht om geen straf op te leggen die inhoudt dat de verdachte gedetineerd raakt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft samen met twee anderen ingebroken bij een landbouwbedrijf en daarbij 7200 klapkratten gestolen. Deze kratten vertegenwoordigen een aanzienlijke waarde vanwege het statiegeld waarvoor deze weer kunnen worden ingeleverd. De inbraak is op brutale wijze, midden in de nacht, uitgevoerd. Met zijn handelen heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit, waarbij hij de belangen van het slachtoffer ondergeschikt heeft gemaakt aan zijn eigen financiële belangen. De verdachte heeft hierdoor aanzienlijke schade teweeggebracht en veel onrust en ongemak veroorzaakt. Voorts veroorzaken dit soort feiten maatschappelijke onrust – in dit geval met name onder telers die regelmatig grote hoeveelheden kratten aanwezig hebben die onmisbaar zijn in hun bedrijfsvoering – en brengen een groot gevoel van onveiligheid met zich mee. Voor dergelijke feiten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder meer passend.
Het hof houdt in het voordeel van de verdachte echter rekening met de jeugdige leeftijd waarop hij het feit heeft begaan, en de positieve wending die de verdachte nadien aan zijn leven lijkt te hebben gegeven. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte werkt als dakdekker. Ook blijkt uit zijn strafblad dat hij na het bewezenverklaarde feit niet meer veroordeeld is voor vermogensdelicten. Dit ondersteunt de gedachte dat de verdachte een positieve weg is ingeslagen. Het hof acht het in het belang van de verdachte, maar ook in het maatschappelijk belang, dat de verdachte zijn werk behoudt. Daarom zal de gevangenisstraf vrijwel geheel in voorwaardelijke vorm worden opgelegd (gelet op het taakstrafverbod wordt 1 dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd). Vanwege de ernst van het feit kan echter niet worden volstaan met een nagenoeg geheel voorwaardelijke straf, zodat de verdachte ook zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf.
Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur en een taakstraf voor de duur van 120 uren passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
90 (negentig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
89 (negenentachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T. de Bont, mr. F.A. Hartsuiker en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. R. Bleumers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 oktober 2023.