Uitspraak
mr. J. de Waard, kantoorhoudende te Utrecht,
mr. J.J.M. van Mierlo, kantoorhoudende te Tilburg.
Gerechtshof Amsterdam
De ondernemingsraad van Abeos Agri Holding B.V. (AAH) verzocht de Ondernemingskamer om het besluit van AAH en de coöperatie CVAB om de governancestructuur te wijzigen en een raad van commissarissen bij AAH in te stellen, ongedaan te maken. De ondernemingsraad stelde dat dit besluit onredelijk was, mede omdat het negatieve advies van de ondernemingsraad werd genegeerd en omdat de raad van commissarissen onterecht van CVAB naar AAH werd verplaatst.
AAH en CVAB voerden verweer en stelden dat het besluit gerechtvaardigd was vanwege de herstructurering van het agri-bedrijf en dat het structuurregime niet van toepassing is op AAH. De Ondernemingskamer oordeelde dat de structuurregeling op CVAB pas vanaf oktober 2025 kan gelden vanwege late opgave aan het handelsregister, en dat het besluit van CVAB om de raad van commissarissen op te heffen geen adviesplichtige aangelegenheid is voor de ondernemingsraad.
De kamer concludeerde dat het adviesrecht van de ondernemingsraad beperkt is tot besluiten van AAH en haar onderneming, en dat het besluit tot instelling van een raad van commissarissen bij AAH een redelijke afweging is gezien de bedrijfsstructuur. Het verzoek van de ondernemingsraad werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de ondernemingsraad wordt afgewezen en het besluit tot wijziging van de governancestructuur en instelling van een raad van commissarissen bij AAH blijft in stand.