In hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis bevestigd, behalve de strafoplegging die werd vernietigd en opnieuw vastgesteld. De verdachte, geboren in 2005 en verblijvend in een asielzoekerscentrum, werd veroordeeld voor winkeldiefstal en opzetheling.
De advocaat-generaal vorderde een jeugddetentie van 3 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De raadsman verzocht om een geheel voorwaardelijke straf vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn beïnvloedbaarheid en het risico op verlies van zijn verblijfplaats in het AZC bij een langere detentie.
Het hof oordeelde dat gezien de ernst van de feiten, de overlast en de adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming een vrijheidsstraf passend is. Gezien de problematiek rond een taakstraf en de persoonlijke omstandigheden werd gekozen voor een deels voorwaardelijke jeugddetentie. Tevens werd de tenuitvoerlegging bevolen van een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van 3 dagen, omdat de verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit.
De opgelegde straf houdt rekening met de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Het vonnis werd verder bevestigd en het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 oktober 2023.