De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het meermalen verkopen, afleveren en vervoeren van cocaïne en heroïne in Rotterdam tussen september 2015 en mei 2016. In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en een nieuwe straf opgelegd.
Het bewijs bestond onder meer uit een deels bekennende verklaring van de verdachte, getuigenverklaringen van verslaafden die de verdachte als vaste bezorger herkenden, en gegevens over het gebruik van een huurauto die de frequentie van de drugshandel bevestigen. Het hof achtte het bewezen dat de verdachte deel uitmaakte van een georganiseerde drugsbestellijn die 24/7 actief was en klanten actief aan zich bond.
De verdachte heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt en het hof hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep. Daarom werd een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd. De straf bestaat uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 180 uur. De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van feiten van vóór 1 juli 2015.