De verdachte stond in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam inzake drie zaken: handel in drugs via een drugsbestellijn, bedreiging met een hakmes en diefstal bij een tankstation.
Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van overtredingen van de Opiumwet vóór 1 januari 2016. De bedreiging met een hakmes werd niet wettig en overtuigend bewezen geacht, waarna de verdachte daarvan werd vrijgesproken.
Voor de drugsbestellijn werd vastgesteld dat de verdachte vanaf 1 januari 2016 meerdere keren per week cocaïne en heroïne afleverde en verkocht als onderdeel van een georganiseerde en professionele handel. Medeplegen werd bewezen verklaard. Daarnaast werd de diefstal van een fles dashboardreiniger en schoonmaakdoekjes op 15 april 2016 bewezen verklaard.
Het hof legde een gevangenisstraf van zeven maanden op, waarvan de uitvoering werd voorwaardelijk gemaakt met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 180 uur. De strafvermindering volgde mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en de positieve ontwikkeling van de verdachte sinds de feiten. Inbeslaggenomen goederen werden verbeurd verklaard.
De benadeelde partij had zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd, waardoor de schadevordering niet meer aan de orde was.