ECLI:NL:GHAMS:2023:2587
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling huwelijksgoederengemeenschap en huurrecht na echtscheiding
Partijen zijn in 2005 gehuwd in gemeenschap van goederen en inmiddels gescheiden, waarbij de echtscheiding nog niet was ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Zowel de man als de vrouw staan onder bewind en wonen nog samen in de echtelijke huurwoning.
De rechtbank had bepaald dat de man huurder zou zijn van de woning na inschrijving van de echtscheiding en had de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld, waarbij de bankrekeningen en persoonlijke goederen aan de man en vrouw werden toegedeeld zonder nadere verrekening.
In hoger beroep verzocht de vrouw onder meer om het huurrecht aan haar toe te wijzen en een andere verdeling van de bankrekeningen met verrekening van de saldi. Tijdens de zitting bereikten partijen overeenstemming over de verdeling van de bankrekeningen, het leasecontract van de auto, de inboedel en het huurrecht, waarbij de vrouw huurder wordt van de woning.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover nodig en bepaalde dat de vrouw huurder wordt van de woning met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheiding. Tevens werd de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aangepast conform de afspraken, en werd vastgesteld dat partijen na uitvoering niets meer van elkaar te vorderen hebben.
Daarnaast trok de man zijn vordering tot schadevergoeding in de strafzaak tegen de vrouw in. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vrouw wordt huurder van de woning en de huwelijksgoederengemeenschap wordt verdeeld volgens de gemaakte afspraken.