ECLI:NL:GHAMS:2023:2588
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zorgregeling en kinderalimentatie bij co-ouderschap
In deze zaak staat de definitieve zorgregeling en kinderalimentatie voor een minderjarige centraal. Het hof heeft het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en de bijzondere curator gevolgd en een co-ouderschapsregeling vastgesteld waarbij het kind om de week bij de vader en moeder verblijft, met wisseldagen op maandag na school. Deze regeling is in het belang van het kind en biedt voorspelbaarheid en rust.
De vrouw kan zich vinden in deze regeling, die haar voldoende hersteltijd biedt, terwijl de man een groter aandeel in de zorg wenst vanwege de beperkte draagkracht van de vrouw. Het hof acht de medische en psychische problematiek van de vrouw voldoende aannemelijk gemaakt en benadrukt het belang van een gelijke zorgverdeling.
Ten aanzien van de vakanties wijst het hof het verzoek tot wijziging af, omdat de ouders onvoldoende in staat zijn gebleken om samen afspraken te maken en de bestaande regeling houvast biedt. De kinderalimentatie wordt aangepast op basis van een zorgkorting van 35% voor de man, resulterend in een maandelijkse bijdrage van €230. De vrouw dient een terugbetalingsverplichting van €7.000 in 20 termijnen te voldoen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Het hof stelt een co-ouderschapsregeling vast en bepaalt de kinderalimentatie op €230 per maand vanaf oktober 2023.