AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder C van de Opiumwet
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 24 oktober 2023 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 15 februari 2023. De verdachte werd beschuldigd van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onderPro C van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd op 5 november 2022 te Amsterdam.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week, waarvan de uitvoering werd opgeschort voor de duur van twee jaren onder voorwaarden. Dit betekent dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de verdachte zich binnen de proeftijd schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit.
Daarnaast gelastte het hof de teruggave aan de verdachte van een in beslag genomen bedrag van 325,30 euro. De uitspraak is gewezen door mr. R.A.E. van Noort, in aanwezigheid van griffier A.C. Vermeijden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar met een effectieve duur van één week.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-022151-23
parketnummer hoger beroep : 23-000515-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 24 oktober 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte01]
voornamen:
geboren: op [geboortedatum01] 1987 te [geboorteplaats01] ([geboorteland])
adres: [adres01] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onderPro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Gepleegd op 5 november 2022 te Amsterdam.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van 1 (één) week.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gelast de teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 325,30 EUR - PL1300-2022237151-6258605.
Gewezen door mr. R.A.E. van Noort, in bijzijn van A.C. Vermeijden, griffier.