Uitspraak
;
Gerechtshof Amsterdam
Na echtscheiding van de ouders oefenden zij gezamenlijk gezag uit over vier minderjarige kinderen. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen doordeweeks bij de moeder verbleven en in het weekend bij de vader, met enkele uitzonderingen. De vader kwam in hoger beroep tegen een wijziging van deze regeling, met verzoeken om meer omgangsuren, vakantieverblijven en het bijwonen van zijn huwelijk in het buitenland.
De moeder betwistte de verzoeken en stelde dat de vader onvoldoende invulling gaf aan de bestaande zorgregeling en dat de kinderen een stabiele situatie nodig hadden. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een zorgelijk advies uit over de verstandhouding tussen ouders en de invulling van de zorgregeling.
Het hof oordeelde dat het niet haalbaar was voor de vader om op woensdag omgang te hebben en stelde vast dat de kinderen dit ook niet wensten. De vader kreeg daarom het recht om de kinderen elke zondag van 12.00 tot 18.00 uur te zien. Verzoeken tot uitbreiding van vakantieverblijven en verjaardagsvieringen bij de vader werden afgewezen vanwege de beperkte contactgeschiedenis en de stabiliteit van de kinderen. De verdeling van kerst en nieuwjaarsdag werd aangepast zodat de kinderen in even jaren eerste kerstdag bij de vader zijn en in oneven jaren tweede kerstdag, met nieuwjaarsdag bij de vader.
Het verzoek om de kinderen tijdens het huwelijk van de vader in het buitenland te laten verblijven werd afgewezen vanwege het ontbreken van concrete plannen en mogelijke gevolgen voor de kinderen. De paspoorten blijven bij de moeder, de vader houdt de identiteitskaarten. De beschikking van de rechtbank werd op deze punten vernietigd en gewijzigd.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling zodat de kinderen iedere zondag bij de vader verblijven en regelt de verdeling van kerst en nieuwjaarsdag, terwijl overige verzoeken worden afgewezen.