In deze civiele zaak vordert appellante betaling van twee deels onbetaalde facturen voor incassowerkzaamheden die zij voor geïntimeerde heeft verricht. De kantonrechter wees de vordering af omdat appellante onvoldoende had gesteld dat er een overeenkomst was gesloten tegen gebruikelijke tarieven, terwijl geïntimeerde stelde dat een 'no cure no pay' afspraak was gemaakt.
In hoger beroep betoogt appellante dat geïntimeerde de verschuldigdheid van de facturen onvoldoende heeft betwist en dat de vermeende 'no cure no pay' afspraak niet is aangetoond. Het hof stelt vast dat geïntimeerde niet voldoende heeft onderbouwd dat een afwijkende afspraak is gemaakt en dat de facturen gebaseerd zijn op de wettelijke tarieven die appellante als deurwaarder hanteert.
Het hof wijst de vordering van appellante toe, inclusief wettelijke rente vanaf 9 februari 2022 en buitengerechtelijke incassokosten. Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van het volledige bedrag en de proceskosten in beide instanties. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.