ECLI:NL:GHAMS:2023:2857

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 oktober 2023
Publicatiedatum
27 november 2023
Zaaknummer
23-000333-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 36f SrArt. 63 Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis en taakstraf voor eenvoudige belediging met schadevergoeding

Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 12 oktober 2023 het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 27 januari 2023 vernietigd. De verdachte werd primair vrijgesproken van het ten laste gelegde, maar subsidiair veroordeeld voor eenvoudige belediging gepleegd op 23 mei 2021 te Amsterdam.

De straf bestaat uit een taakstraf van 14 uur, met een omrekeningsmaatstaf van twee uur taakstraf per dag voorarrest, en een voorwaardelijke hechtenis van zeven dagen. Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot betaling van €400 immateriële schadevergoeding aan de benadeelde partij, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het feit.

De vordering van de benadeelde partij is deels toegewezen, waarbij ook een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd. De gijzelingstermijn is vastgesteld op maximaal acht dagen, zonder dat dit de betalingsverplichting tenietdoet. Tevens is de tenuitvoerlegging van een eerdere taakstraf en hechtenis uit een ander vonnis bevolen.

Het hof heeft hiermee een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het bewezenverklaarde feit, de opgelegde straf en de belangen van de benadeelde partij, waarbij het primair ten laste gelegde niet bewezen werd geacht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 14 uur taakstraf met aftrek en betaling van €400 schadevergoeding voor eenvoudige belediging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 13-134446-21 en 13-266874-20 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-000333-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 12 oktober 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 januari 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] ([geboorteland])
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging.
gepleegd:
op 23 mei 2021 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 63 en 266 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
14 (veertien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
7 (zeven) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 400,00 (vierhonderd euro) bestaande immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 400,00 (vierhonderd euro) bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 8 (acht) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 23 mei 2021.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van Amsterdam van 20 januari 2021, parketnummer 13-266874-20, te weten van:
taakstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Gewezen door mr. R.P. den Otter, in bijzijn van D.M.M. Linskens en mr. Z. Hoshmand, griffiers.
mr. R.P. den Otter