ECLI:NL:GHAMS:2023:2866

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
28 november 2023
Zaaknummer
23-000527-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 63 SrArt. 310 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en oplegging voorwaardelijke gevangenisstraf in hoger beroep

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 14 november 2023 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 10 februari 2023. De zaak betrof de verdachte geboren in 1994. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep voor wat betreft de opgelegde straf en de vorderingen tot tenuitvoerlegging en deed in zoverre opnieuw recht.

Het hof veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van tien dagen, waarvan acht dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens bepaalde het hof dat een gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf.

Daarnaast verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in twee vorderingen tot tenuitvoerlegging met specifieke parketnummers. Voor het overige bevestigde het hof het vonnis van de politierechter. De uitspraak werd gedaan door mr. A.M. Kengen, in aanwezigheid van griffier D.M.M. Linskens.

Uitkomst: Gevangenisstraf van tien dagen waarvan acht voorwaardelijk met niet-ontvankelijkheid van het OM in twee tenuitvoerleggingsvorderingen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 13-308141-22, 15-042739-22 (TUL) en 13-191554-22 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-000527-23
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 14 november 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 februari 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] ([geboorteland])
adres: [adres].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de vorderingen tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
8 (acht) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer
15-042739-22.
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer
13-191554-22.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Gewezen door mr. A.M. Kengen, in bijzijn van D.M.M. Linskens, griffier.
mr. A.M. Kengen