In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en een nieuwe beslissing genomen in de strafzaken tegen verdachte wegens mishandeling van zijn ex-vrouw en het overtreden van een gedragsaanwijzing.
De verdachte werd ervan beschuldigd zijn ex-vrouw op 5 augustus 2020 te Dordrecht bij haar nek/keel vast te pakken en haar daarmee te mishandelen. Tevens werd hem ten laste gelegd dat hij tussen 2 en 12 september 2020 contact met haar had gezocht, ondanks een gedragsaanwijzing die hem dat verbood. De verdediging betwistte de mishandeling en stelde dat de verklaringen van de aangeefster en getuige ongeloofwaardig waren.
Het hof oordeelde echter dat de verklaringen van de aangeefster en getuige, ook al werden sommige details pas later verklaard, betrouwbaar en consistent waren. Er was voldoende wettig bewijs om de mishandeling en het overtreden van de gedragsaanwijzing bewezen te verklaren. De verdachte werd daarom schuldig bevonden aan beide feiten.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en de persoon van de verdachte, die inmiddels niet meer dakloos was en niet recent door de reclassering was beoordeeld. Het hof legde een taakstraf van 60 uur op, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en bepaalde dat de voorarresttijd in mindering wordt gebracht.
Deze uitspraak vervangt het eerdere vonnis van de politierechter en benadrukt het belang van de bescherming van de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en het naleven van gedragsaanwijzingen.