Op 16 maart 2021 heeft verdachte samen met anderen geprobeerd in te breken in een woning te Heiloo door een raam aan de achterzijde te forceren. De poging tot diefstal is niet voltooid dankzij oplettende omstanders. De verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd in hoger beroep.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Holland en verklaart het tenlastegelegde bewezen. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 153 dagen, gelijk aan de duur van het voorarrest, met aftrek van reeds doorgebrachte voorarreststijd. De rechtbank had eerder 180 dagen opgelegd, waarvan 27 voorwaardelijk.
Het hof weegt mee dat de verdachte recidive vertoont en dat zijn handelen materiële schade en gevoelens van onveiligheid veroorzaakte. Tegelijkertijd wordt rekening gehouden met zijn bekentenis, persoonlijke omstandigheden en het reclasseringsrapport. Daarnaast worden in beslag genomen goederen teruggegeven aan de rechthebbende. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf wordt afgewezen.