Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2023:2958

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 december 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
23-000597-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 3 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 9 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep: Vervoer en bezit van hennep, hasjiesj, MDMA en cocaïne met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 5 december 2023 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de verdachte, die werd beschuldigd van het vervoeren van 20 kilo hennep en het aanwezig hebben van hasjiesj, hennep, MDMA en een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne.

De rechtbank Noord-Holland had de verdachte eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Het hof vernietigde dit vonnis en legde een taakstraf van 240 uur op, gecombineerd met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar.

Het hof motiveerde de strafmaat door de ernst van de feiten en de maatschappelijke gevaren van soft- en harddrugsgebruik. Tegelijkertijd hield het rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals het verlies van zijn taxipas, tijdelijke sluiting van zijn woning, erkenning van schuld, en positieve gedragsveranderingen. Hierdoor koos het hof voor een straf die de verdachte niet direct detineert, maar wel afschrikt.

Daarnaast werd beslag gelegd op diverse voorwerpen in de woning van de verdachte, waaronder pepperspray, weegschalen, geldbedragen en luxe goederen. Eén voorwerp werd onttrokken aan het verkeer vanwege de aard ervan, terwijl andere voorwerpen werden teruggegeven.

De straf is gebaseerd op overtredingen van de Opiumwet en relevante artikelen uit het Wetboek van Strafrecht. De verdachte wordt vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 uur taakstraf en 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000597-23
datum uitspraak: 5 december 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 februari 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-284930-22 (hierna: zaak A) en 15-041108-23 (hierna: zaak B) tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1995,
adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2023.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak A:
1.
hij op of omstreeks 3 november 2022 te Krommenie, gemeente Zaanstad, in ieder geval in Nederland opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 20 kilo, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
2.
hij op of omstreeks 3 november 2022 te Landsmeer, in ieder geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
3.
hij op of omstreeks 3 november 2022 te Landsmeer, in ieder geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 39 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en/of - ongeveer 3920 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
Zaak B (gevoegd):
1.
hij op of omstreeks 3 november 2022 te Landsmeer, in ieder geval in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 250 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak A onder 1, 2 en 3 en in de zaak B tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak A:
1.
hij op 3 november 2022 te Krommenie opzettelijk heeft vervoerd een hoeveelheid van ongeveer 20 kilo hennep;
2.
hij op 3 november 2022 te Landsmeer opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA;
3.
hij op 3 november 2022 te Landsmeer opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 39 gram hasjiesj en ongeveer 3920 gram hennep;
Zaak B:
1.
hij op 3 november 2022 te Landsmeer opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 250 gram cocaïne;
Hetgeen in de zaak A onder 1, 2 en 3 en in de zaak B meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak A onder 1, 2 en 3 en in de zaak B bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in de zaak A onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak A onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak A onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak B bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in de zaak A onder 1, 2 en 3 en in de zaak B bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straffen

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B onder 1 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van het voorarrest.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B onder 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft hij een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren gevorderd.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en dezelfde straf zoals geëist door de advocaat-generaal op te leggen. Subsidiair heeft de raadsman bepleit om naast de verzochte taakstraf een hogere voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van 20 kilo hennep en het aanwezig hebben van hasjiesj, hennep, MDMA en (een aanzienlijke hoeveelheid) cocaïne. De verspreiding en het gebruik van soft- en harddrugs (waaronder cocaïne) vormen een ernstig gevaar voor de volksgezondheid, brengen onrust in de samenleving teweeg en leiden veelal, direct en indirect, tot diverse vormen van (andere) criminaliteit.
Het hof is van oordeel dat gelet op de zogenoemde LOVS oriëntatiepunten die voor deze feiten van toepassing zijn in beginsel alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Het hof ziet echter in hetgeen de verdachte en de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren hebben gebracht ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden aanleiding om hiervan af te wijken. Ter terechtzitting in hoger beroep is naar voren gekomen dat de verdachte als gevolg van deze zaak een moeilijke periode heeft doorgemaakt. Hij kon na zijn aanhouding zijn beroep als taxichauffeur niet meer uitoefenen omdat zijn taxipas werd ingetrokken en de gemeente [gemeente] heeft zijn woning tijdelijk gesloten. Daarnaast is gebleken dat de verdachte inzicht heeft gekregen in zijn handelen en zijn schuld erkent, maar ook dat hij de focus legt op zijn toekomst. Zo gebruikt de verdachte geen drugs meer, heeft hij afstand genomen van diegenen die een slechte invloed op hem hadden, heeft hij een vriendin die hem steunt en heeft hij een baan. Indien de verdachte gedetineerd zou raken, wordt voornoemde positieve lijn doorkruist en bestaat de kans dat hij zijn werk en woning zal verliezen. Om die reden zal het hof in plaats van een vrijheidsbenemende straf een onvoorwaardelijke en forse taakstraf opleggen. Om de ernst van de feiten te benadrukken en de verdachte te weerhouden in de toekomst weer in de fout te gaan, zal het hof daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

Beslag

In de woning van de verdachte zijn de volgende voorwerpen aangetroffen en in beslag genomen:
1 BUS pepperspray (Omschrijving: Goednummer: 1424919);
500 STK zak (Omschrijving: Goednummer: 1424972);
1 STK weegschaal (Omschrijving: Goednummer: 1424986, Cas);
1 STK koffiemolen (Omschrijving: Goednummer: 1424964, zilverkleurig, merk: Tomado);
1 STK weegschaal (Omschrijving: Goednummer: 1424980, zwart, merk: Tanita);
1 ZAK enveloppe (Omschrijving: Goednummer: 1424977, wit);
1 STK kassabon (Omschrijving: Goednummer: 1424955, geel);
100 STK sealbags (Omschrijving: Goednummer: 1424905);
3505 EUR IBG 03-11-2022 (Omschrijving: G1424973);
230 EUR IBG 03-11-2022 (Omschrijving: G: 1424981);
100 EUR IBG 03-11-2022 (Omschrijving: G: 1424956);
345 EUR IBG 03-11-2022 (Omschrijving: G: 1424740);
1 STK fiets dames (Omschrijving: Goednummer: 1424904, bruin, merk: Mate Mate Bike);
1 STK tas (Omschrijving: Goednummer: 1424933, zwart, merk: Louis Vuitton);
1 STK zonnebril (Omschrijving: Goednummer: 1424761, goudkleurig, merk: Dita Flight);
1 STK horloge (Omschrijving: Goednummer: 1424985, grijs, merk: Breitling);
1 KG goud (Omschrijving: Goednummer: 1424918);
320,3 EUR (Omschrijving: G: 1424971).
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hof ten aanzien van het beslag dezelfde beslissing als de politierechter zal nemen. De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep bij dit standpunt aangesloten.
Het onder a in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp is bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte in de zaak A onder 1, 2 en 3 en in de zaak B onder 1 begane feit aangetroffen. Het behoort aan de verdachte toe. Omdat dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, is het hof van oordeel dat dit voorwerp dient te worden onttrokken aan het verkeer. Tot slot zal het hof beslissen dat de onder b t/m r in beslag genomen en nog niet teruggeven voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak A onder 1, 2 en 3 en in de zaak B tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak A onder 1, 2 en 3 en in de zaak B bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1 BUS pepperspray (Omschrijving: Goednummer: 1424919).
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • 500 STK zak (Omschrijving: Goednummer: 1424972);
  • 1 STK weegschaal (Omschrijving: Goednummer: 1424986, Cas);
  • 1 STK koffiemolen (Omschrijving: Goednummer: 1424964, zilverkleurig, merk: Tomado);
  • 1 STK weegschaal (Omschrijving: Goednummer: 1424980, zwart, merk: Tanita);
  • 1 ZAK enveloppe (Omschrijving: Goednummer: 1424977, wit);
  • 1 STK kassabon (Omschrijving: Goednummer: 1424955, geel);
  • 100 STK sealbags (Omschrijving: Goednummer: 1424905);
  • 3505 EUR IBG 03-11-2022 (Omschrijving: G1424973);
  • 230 EUR IBG 03-11-2022 (Omschrijving: G: 1424981);
  • 100 EUR IBG 03-11-2022 (Omschrijving: G: 1424956);
  • 345 EUR IBG 03-11-2022 (Omschrijving: G: 1424740);
  • 1 STK fiets dames (Omschrijving: Goednummer: 1424904, bruin, merk: Mate Mate Bike);
  • 1 STK tas (Omschrijving: Goednummer: 1424933, zwart, merk: Louis Vuitton);
  • 1 STK zonnebril (Omschrijving: Goednummer: 1424761, goudkleurig, merk: Dita Flight);
  • 1 STK horloge (Omschrijving: Goednummer: 1424985, grijs, merk: Breitling);
  • 1 KG goud (Omschrijving: Goednummer: 1424918);
  • 320,3 EUR (Omschrijving: G: 1424971).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G.J.M. Kruizinga, mr. R.A.E. van Noort en mr. D. Radder, en in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 december 2023.