ECLI:NL:GHAMS:2023:3009

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 november 2023
Publicatiedatum
11 december 2023
Zaaknummer
200.298.917/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bepaling vergoeding onderzoeker in enquêterechtprocedure tegen SMC Industrial B.V.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde op 6 november 2023 een beschikking in een enquêterechtprocedure betreffende SMC Industrial B.V. en verzoekster [A]. Eerder was een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van SMC vanaf 1 januari 2018, uitgevoerd door mr. W.J.B. van Nielen. Het onderzoeksbudget was bij beschikking van 12 augustus 2022 vastgesteld op maximaal €90.000 exclusief btw.

Op 4 oktober 2023 diende de onderzoeker het onderzoeksverslag met bijlagen en een specificatie van de gemaakte kosten in. De totale kosten bedroegen €84.064,99 exclusief btw, inclusief kosten van derden. Verzoekster [A] uitte bezwaren tegen de kostenopgave en de uitvoering van het onderzoek, maar de Ondernemingskamer oordeelde dat bezwaren tegen de inhoud van het verslag niet relevant zijn voor de vergoeding.

De Kamer vond het gevraagde bedrag voldoende gespecificeerd en niet onredelijk, mede omdat het lager was dan het eerder vastgestelde budget. Daarom werd de vergoeding van de onderzoeker definitief vastgesteld op €84.064,99 exclusief btw en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vergoeding van de onderzoeker is vastgesteld op €84.064,99 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.298.917/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 6 november 2023
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. N.A. Aalbers, kantoorhoudende te Utrecht,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SMC INDUSTRIAL B.V.,
gevestigd te Leeuwarden,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEERLUST BEHEER B.V.,
gevestigd te Leeuwarden,
2.
[B],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. E.W. Kingma, kantoorhoudende te Leeuwarden.
Hierna zal verzoekster ook als [A] worden aangeduid, verweerster als SMC en belanghebbenden ieder afzonderlijk als Meerlust en [B] en gezamenlijk als Meerlust c.s.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 22 en 28 december 2021, 12 augustus 2022 en 12 oktober 2023 in deze zaak.
1.2
Bij de beschikkingen van 22 en 28 december 2021 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van SMC over de periode vanaf 1 januari 2018, mr. W.J.B van Nielen te Utrecht benoemd om het onderzoek te verrichten en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van SMC Industrial B.V.
1.3
Bij de beschikking van 12 augustus 2022 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 90.000 exclusief btw.
1.4
Op 4 oktober 2023 heeft de onderzoeker het verslag, met dertig bijlagen, van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Hij heeft toen tevens een specificatie van de in verband met het onderzoek gemaakte kosten aan de Ondernemingskamer doen toekomen. In totaal hebben de onderzoeker en zijn kantoorgenoot kosten van € 79.420 exclusief btw in verband met het onderzoek gemaakt en is door hem in totaal € 4.644,99 exclusief btw aan kosten van derden in verband met het onderzoek vergoed. De onderzoeker heeft de Ondernemingskamer verzocht om de totale onderzoekskosten vast te stellen op € 84.064,99 exclusief btw, de som van deze twee bedragen.
1.5
Bij de beschikking van 12 oktober 2023 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het toen ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.6
De Ondernemingskamer heeft, na daartoe gelegenheid te hebben geboden teneinde de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro te bepalen, op 26 oktober 2023 een uitlating van mr. Aalbers namens [A] op de kostenopgave van de onderzoeker ontvangen. [A] heeft daarin de Ondernemingskamer verzocht de beslissing over het vaststellen van het onderzoeksbudget aan te houden tot in de tweede fase van het onderzoek, waarin zij een verzoek zal doen om Meerlust c.s. te veroordelen in de kosten van het onderzoek en de tijdelijk bestuurder.

2.De gronden van de beslissing

[A] heeft in haar in 1.6 genoemde uitlating bezwaren geuit tegen de kostenopgave van de onderzoeker en tegen de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd en de inhoud van het door hem opgestelde onderzoeksverslag. Voor bezwaren van de tweede genoemde categorie is hier, waar het gaat om het bepalen van de vergoeding van de onderzoeker in de zin van artikel 2:350 lid 3 BW Pro, geen plaats. In de overige bezwaren van [A] ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding de vergoeding van de onderzoeker te bepalen op een lager bedrag dan de onderzoeker heeft verzocht. Dit bedrag (€ 84.064,99 exclusief btw) is lager dan de door de onderzoeker bij aanvang van zijn onderzoek begrote onderzoekskosten, waarmee [A] toen heeft ingestemd, en welke begroting ten grondslag heeft gelegen aan het door de Ondernemingskamer bij beschikking van 12 augustus 2022 vastgestelde onderzoeksbudget van € 90.000 exclusief btw. De Ondernemingskamer acht het verzoek van de onderzoeker zijn vergoeding op € 84.064,99 exclusief btw te bepalen, voldoende gespecificeerd. Het bedrag aan onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro dan ook bepalen als hierna te vermelden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 84.064,99 exclusief btw;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. J.M. de Jongh en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. A.G. Thomassen RT REP, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2023.