Uitspraak
Onderzoek van de zaak
(hierna: Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 18 januari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door voornoemde [slachtoffer] een of meerdere malen (met kracht) in de borst en/of in de arm(en), althans in het lichaam, te steken en/of te snijden met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp;
hij op of omstreeks 18 januari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten
terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad;
hij op of omstreeks 18 januari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Meer en Vaart, in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer perso(o)n(en), te weten [slachtoffer] en/of één of meer collega's van die [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het
Vonnis waarvan beroep
Waardering van de inhoud van het dossier
nietgesplitst in oordelen die zien op de bewezenverklaring enerzijds en oordelen die zien op het beroep op zelfverdediging anderzijds. Volstaan wordt met een integraal oordeel, waarin overigens door het hof uiteindelijk wel afzonderlijke conclusies worden getrokken over de vraag of de tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezenverklaard en of een beroep op zelfverdediging moet worden gehonoreerd.
Bewezenverklaring
hij op 18 januari 2022 te Amsterdam, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door voornoemde [slachtoffer] in de borst te steken met een mes;
hij op 18 januari 2022 te Amsterdam, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Meer en Vaart, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Vordering van de [benadeelde 1]
Vordering van de [benadeelde 2]
Vordering van de [benadeelde 3]
Vordering van de [benadeelde 4]
Vordering van de [benadeelde 5]
Beslag
kleding en schoenenoverweegt het hof dat de bewaring wordt gelast omdat onbekend is aan wie deze voorwerpen toebehoren.
boksbeugeloverweegt het hof als volgt.
In de onderhavige zaak is op het plaats delict onder meer een boksbeugel inbeslaggenomen. De verdachte stelt zich op het standpunt dat de boksbeugel niet aan hem toebehoort. Het dossier behelst geen aanknopingspunten dat de boksbeugel is gebruikt bij een van de ten laste van de verdachte bewezenverklaarde feiten.
In beginsel ligt naar het oordeel van het hof een onttrekking aan het verkeer van dit voorwerp voor de hand, nu het een wapen betreft dat voorkomt op de lijst van categorie I van de Wet Wapens en Munitie (hierna: WWM) waarvan op grond van artikel 13 WWM Pro (onder meer) het voorhanden hebben strafbaar is. Evenwel ziet het hof zich voor het probleem gesteld dat, zoals reeds overwogen, de boksbeugel niet bij de strafbare feiten is gebruikt, zodat onttrekking aan het verkeer op grond van een van de in artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) genoemde categorieën niet voor de hand ligt. Ook een onttrekking aan het verkeer op grond van artikel 36d Sr behoort niet tot de mogelijkheden, nu niet kan worden vastgesteld dat het voorwerp aan de verdachte toebehoort (vgl. HR 21 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:896).
Het hof zal gelet op het hiervoor overwogene derhalve het inbeslaggenomen voorwerp, niettegenstaande de strafbare aard daarvan, bewaren ten behoeve van de rechthebbende. Het hof merkt daarbij nog op dat het openbaar ministerie hierin mogelijk aanleiding kan zien tot het indienen van een vordering ex 552f Sv.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
nietstrafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: