ECLI:NL:GHAMS:2023:3057
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie en vaststelling draagkracht na hoger beroep
De vrouw, moeder van een minderjarige geboren in 2008, vordert kinderalimentatie van de man, de biologische vader, die niet aanwezig is bij het kind en niet zelf betaalde. De rechtbank had eerder een bijdrage van €400 per maand vastgesteld, maar de man kwam in hoger beroep met een verzoek tot verlaging.
Het hof stelt vast dat de eerdere beschikking van de rechtbank niet aan de wettelijke maatstaven voldeed vanwege onvolledige inkomensgegevens van de man. Het hof bepaalt dat de wijziging van de alimentatie ingaat op 3 juni 2021, de datum van het inleidende verzoekschrift. De behoefte van het kind wordt vastgesteld op €371 per maand op basis van het gemiddelde netto besteedbaar inkomen van beide ouders in 2020.
De draagkracht van de man wordt berekend op €318 per maand en die van de vrouw op €371 per maand, waarbij de vrouw haar draagkracht gelijkelijk over haar drie kinderen verdeelt. De man moet daarom €176 per maand aan kinderalimentatie betalen. Het hof wijst het verzoek van de vrouw af om een achterstallige alimentatieschuld van ruim €13.900 vast te stellen, omdat de wijziging per 3 juni 2021 geldt en eerdere betalingen in aanmerking worden genomen.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 17 maart 2023 en wijzigt de beschikking van 4 november 2020 overeenkomstig deze bevindingen, met onmiddellijke uitvoerbaarheid.
Uitkomst: De man moet vanaf 3 juni 2021 €176 per maand aan kinderalimentatie betalen.