ECLI:NL:GHAMS:2023:3387

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 november 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
23-000668-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 36f SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep diefstal met geweld en gedeeltelijke toewijzing schadevergoeding

Op 18 maart 2021 pleegde de verdachte te Amsterdam diefstal, gevolgd door geweld tegen personen met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken. De politierechter in Amsterdam veroordeelde de verdachte hiervoor, waarna hoger beroep werd ingesteld.

Het gerechtshof Amsterdam vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het hof kwalificeerde het bewezenverklaarde als diefstal met geweld en verklaarde de verdachte strafbaar. De straf werd vastgesteld op een taakstraf van 60 uur en 30 dagen hechtenis, waarbij de hechtenis kan worden vervangen door de taakstraf indien deze niet naar behoren wordt verricht.

De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade werd gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van €150, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 maart 2021. Voor het overige werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard en werd bepaald dat verdere vorderingen bij de burgerlijke rechter moeten worden ingesteld. Tevens werden eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen omgezet in taakstraffen en hechtenis.

Het hof legde tevens een maximale gijzelingstermijn van drie dagen vast indien de verdachte niet aan de betalingsverplichtingen voldoet. De uitspraak werd gewezen door mr. R.P. den Otter in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 60 uur taakstraf en 30 dagen hechtenis met gedeeltelijke toewijzing van immateriële schadevergoeding van €150.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 13-192040-21 en 23-003295-19 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-000668-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 30 november 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 februari 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1962 te [geboorteplaats] ([geboorteland])
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.
gepleegd
op 18 maart 2021 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 150,00 (honderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 150,00 (honderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 18 maart 2021.
Beveelt in plaats van de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 augustus 2020 met parketnummer 13-124571-20, te weten een gevangenisstraf van 2 weken met proeftijd van 2 jaren, een
taakstrafvoor de duur van
28 (achtentwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
14 (veertien) dagen hechtenis.
Beveelt in plaats van de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 november 2020 met parketnummer 23-003295-19, te weten een gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren, een
taakstrafvoor de duur van
28 (achtentwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
14 (veertien) dagen hechtenis.
Gewezen door mr. R.P. den Otter, in bijzijn van mr. D.M.M. Linskens, griffier.
mr. R.P. den Otter