ECLI:NL:GHAMS:2023:3407
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling van haar twee minderjarige kinderen verlengde tot 15 juli 2024. De kinderen verblijven in een co-ouderschap bij beide ouders, met hun hoofdverblijfplaats bij de vader. De ondertoezichtstelling was aanvankelijk ingesteld vanwege zorgen over de ontwikkeling van de kinderen en de conflictueuze verstandhouding tussen de ouders.
De moeder betwist dat de wettelijke gronden voor verlenging aanwezig zijn en wijst op een verbeterde zorgregeling en haar bereidheid tot vrijwillige hulpverlening. De vader en de gecertificeerde instelling (GI) menen dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de emotionele verwerking van de kinderen te onderzoeken en de communicatie tussen de ouders te verbeteren.
Het hof oordeelt dat hoewel de kinderen veel hebben meegemaakt, er geen dringende noodzaak is voor een beschermingsmaatregel om vast te stellen of er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De ouders zijn in staat zelf verdere afspraken te maken en hulp in te schakelen. De verlenging van de ondertoezichtstelling wordt daarom vernietigd en het verzoek afgewezen, terwijl de eerdere beschikking voor het overige wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling wordt vernietigd en het verzoek afgewezen, terwijl de eerdere beschikking voor het overige wordt bekrachtigd.