ECLI:NL:GHAMS:2023:3433
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging zorgregeling en afwijzing wijzigingsverzoeken in hoger beroep ouders minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een zorgregeling tussen haar en de vader voor hun minderjarige kind, die door de rechtbank was vastgesteld. Zij verzocht onder meer om aanpassing van de verblijfsdagen bij de vader, een andere verdeling van de zomervakantie en een videobelregeling.
De vader verzocht de moeder niet-ontvankelijk te verklaren en handhaafde de bestaande regeling. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de bestreden beschikking te bekrachtigen, omdat er geen signalen waren dat het kind niet goed gedijt bij de huidige regeling.
Het hof overwoog dat het belang van het kind het best wordt gediend met voldoende tijd bij beide ouders. Er zijn geen aanwijzingen dat de huidige regeling niet goed verloopt. Het verdriet van het kind bij overdrachtsmomenten is begrijpelijk maar geen reden voor wijziging. Ook de zomervakantieregeling en het verzoek tot videobelcontact werden afgewezen omdat het kind vrij is om contact te onderhouden.
De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om eenhoofdig gezag. De bestreden beschikking werd bekrachtigd en de overige verzoeken afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de zorgregeling en wijst de verzoeken tot wijziging en videobelregeling af; de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om eenhoofdig gezag.