Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2023:3558

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2023
Publicatiedatum
5 januari 2024
Zaaknummer
23-001272-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 45 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof bevestigt medeplegen poging zware mishandeling met gevangenisstraf en schadevergoeding

Op 6 november 2021 pleegde de verdachte medeplegen van poging tot zware mishandeling te Amsterdam. De politierechter veroordeelde hem hiervoor op 17 april 2023. In hoger beroep vernietigde het gerechtshof Amsterdam het vonnis en deed opnieuw recht door de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Daarnaast werd een vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen ter hoogte van €910, bestaande uit €160 materiële en €750 immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 november 2021. De overige vorderingen van de benadeelde partij werden niet-ontvankelijk verklaard.

Het hof legde ook een betalingsverplichting op aan de verdachte ten behoeve van de Staat voor het slachtoffer en bepaalde de duur van gijzeling op maximaal 18 dagen. De uitspraak werd gewezen door mr. S.M.M. Bordenga in aanwezigheid van griffier T. Zikken.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 weken gevangenisstraf waarvan 2 weken voorwaardelijk en toewijzing schadevergoeding van €910 aan benadeelde partij.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-072917-22
parketnummer hoger beroep : 23-001272-23
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 18 december 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 april 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte01]
voornamen: [verdachte01]
geboren: op [geboortedatum01] 1997 te [geboorteplaats01]
adres: [adres01] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van poging tot zware mishandeling.
gepleegd
primair:
op 6 november 2021 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) weken.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
2 (twee) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij01] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 910,00 (negenhonderdtien euro) bestaande uit € 160,00 (honderdzestig euro) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij01] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 910,00 (negenhonderdtien euro) bestaande uit € 160,00 (honderdzestig euro) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 18 (achttien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 6 november 2021.
Gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, in bijzijn van T. Zikken, griffier.
mr. S.M.M. Bordenga