ECLI:NL:GHAMS:2023:3563

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2023
Publicatiedatum
5 januari 2024
Zaaknummer
23-001323-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 163 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van StrafrechtArt. 14c Wetboek van StrafrechtArt. 23 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding van de Wegenverkeerswet met geldboete en rijontzegging

In deze zaak stond de verdachte terecht voor overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, gepleegd op 30 mei 2022 te Amsterdam. De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de politierechter in de rechtbank Amsterdam, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en doet opnieuw recht. De verdachte is veroordeeld tot een geldboete van achthonderd euro, te voldoen in acht termijnen van honderd euro per maand. Bij gebreke van betaling wordt de boete vervangen door zestien dagen hechtenis.

Daarnaast is de verdachte ontzegd de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 300 dagen, waarvan 282 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De voorwaardelijke ontzegging zal niet ten uitvoer worden gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd een nieuw strafbaar feit pleegt. De tijd dat het rijbewijs reeds was ingevorderd of ingehouden wordt in mindering gebracht op de ontzegging.

De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht om in cassatie te gaan, waardoor deze uitspraak definitief is geworden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €800 en een rijontzegging van 300 dagen, waarvan 282 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-148840-22
parketnummer hoger beroep : 23-001323-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 18 december 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 april 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte01]
voornamen: [verdachte01]
geboren: op [geboortedatum01] 1965 te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] )
adres: [adres01] .

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegd
op 30 mei 2022 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 800,00 (achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
16 (zestien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de
geldboetesmag worden voldaan in
8 (acht) termijnenvan
1 maand, elke termijn groot
€ 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
300 (driehonderd) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
282 (tweehonderdtweeëntachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, in bijzijn van T. Zikken, griffier.
mr. S.M.M. Bordenga
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.