Op 21 augustus 2022 werd verdachte in Amsterdam betrapt op een overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, waarbij een hoeveelheid van 405 microgram werd vastgesteld.
De politierechter in Amsterdam veroordeelde verdachte op 21 april 2023, waarna het hoger beroep werd ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Het gerechtshof veroordeelde verdachte tot een geldboete van €350,00, met een vervangende hechtenis van zeven dagen bij niet-betaling. Daarnaast werd verdachte ontzegd de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaar. De ontzegging wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij verdachte zich binnen de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.
De uitspraak is verstek gedaan, waarbij mr. S.M.M. Bordenga het arrest wees in aanwezigheid van griffier T. Zikken.