ECLI:NL:GHAMS:2023:3602
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige inverzekeringstelling en kosten rechtsbijstand
Appellant stelde schadevergoeding te vorderen wegens de ondergane inverzekeringstelling en kosten rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep. De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van schade wegens inverzekeringstelling af, omdat appellant geen medewerking aan verhoren verleende, waardoor de inverzekeringstelling voortduurde. Het hof stelde vast dat appellant zich overgaf bij aanhouding en dat het beroep op het zwijgrecht geen reden is om de schadevergoeding af te wijzen.
Het hof oordeelde dat de afwijzing door de rechtbank onvoldoende gemotiveerd was en dat er gronden van billijkheid zijn voor toekenning van vergoeding voor de inverzekeringstelling en de kosten rechtsbijstand. Op grond van artikel 534 Sv Pro kent het hof een vergoeding van € 390 toe voor de inverzekeringstelling en € 1.020 voor de kosten rechtsbijstand.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht door het verzoek toe te wijzen. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 december 2023.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding toe van € 390 voor inverzekeringstelling en € 1.020 voor kosten rechtsbijstand.