ECLI:NL:GHAMS:2023:3725

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
18 april 2024
Zaaknummer
23-002074-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a OpiumwetArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bezit van hennep

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het bezit van ongeveer 108 kilogram hennep. De tenlastelegging betrof het opzettelijk aanwezig hebben van hennep, een middel als bedoeld in de Opiumwet.

Tijdens de behandeling van de zaak heeft het hof vastgesteld dat er onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn dat de aangetroffen hennep zich daadwerkelijk in de machtssfeer van de verdachte bevond. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte het bezit had zoals tenlastegelegd.

De advocaat-generaal had gevorderd dat de verdachte veroordeeld zou worden tot dezelfde straf als in eerste aanleg, maar het hof oordeelde anders. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en er werd opnieuw recht gedaan met een vrijspraak. Hiermee komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank, waarbij het bewijs niet voldeed aan de vereiste standaard.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de hennep in zijn macht had.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002074-22
datum uitspraak: 20 april 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 november 2021 in de strafzaak onder parketnummer 10-810334-17 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
6 april 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 19 mei 2016 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 108 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat er onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn dat de aangetroffen hennep zich in de machtssfeer van de verdachte bevond, zodat niet kan worden gezegd dat de verdachte deze aanwezig heeft gehad. Naar het oordeel van het hof is aldus niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Den Haag, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. R.P. den Otter en mr. W.S. Ludwig, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 april 2023.
=========================================================================
[…]