ECLI:NL:GHAMS:2023:3764
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet ontvankelijk in hoger beroep wegens overschrijding termijn
De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld voor het spuiten van graffiti op een metrostel en kreeg een gevangenisstraf van tien dagen opgelegd. De dagvaarding werd op 7 juli 2022 in persoon aan de verdachte betekend met bijstand van een Spaanse tolk. De zitting van de politierechter vond plaats op 8 augustus 2022, waarbij de verdachte bij verstek werd veroordeeld.
Het hoger beroep werd pas op 18 oktober 2022 ingesteld, ruim na de wettelijke termijn van veertien dagen na de uitspraak. De advocaat-generaal vorderde daarom niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep. De verdediging verzocht om inhoudelijke behandeling, stellende dat de verdachte niet op de hoogte was van de politierechterzitting en dat het vonnis onredelijk zwaar was.
Het hof oordeelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend en dat de politierechter niet in strijd met het EVRM had gehandeld door de zaak bij verstek te behandelen. Het hof benadrukte het belang van rechtszekerheid en verklaarde de verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep. De verdachte werd geïnformeerd over de mogelijkheid van cassatie binnen veertien dagen na dit arrest.
Uitkomst: Verdachte wordt niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.