ECLI:NL:GHAMS:2023:419
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: draagkracht en zorgkorting geschil tussen ouders
Partijen, ouders van twee minderjarige kinderen, zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake kinderalimentatie. Het geschil betreft met name de draagkracht van de man en de hoogte van de zorgkorting. De rechtbank had bepaald dat de man €166 per kind per maand zou betalen vanaf 1 juni 2021.
De man betwistte zijn draagkracht, stellende dat zijn inkomen lager was door arbeidsongeschiktheid en dat zijn werkelijke woonlasten hoger zijn dan het forfait. Het hof onderzocht de inkomensgegevens en woonlasten, waarbij het forfaitaire systeem voor woonlasten werd gehanteerd tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Voor 2021 werd het inkomen van de man lager vastgesteld dan de rechtbank had aangenomen, voor 2022 hoger.
De zorgkorting werd vastgesteld op 5% vanwege de beperkte omgangsregeling. Omdat de gezamenlijke draagkracht van de ouders onvoldoende is om in de behoefte van de kinderen te voorzien, wordt geen zorgkorting toegepast. Het hof vernietigde het deel van de beschikking over de periode 1 juni 2021 tot 1 januari 2022 en stelde de kinderalimentatie op €148 per kind per maand vast. Voor het overige werd de beschikking bekrachtigd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man betaalt €148 per kind per maand kinderalimentatie voor 1 juni 2021 tot 1 januari 2022; verder wordt de beschikking bekrachtigd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.