ECLI:NL:GHAMS:2023:430
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie bijdrage na wijziging draagkracht door samengesteld gezin
Partijen, ouders van een minderjarig kind, zijn in hoger beroep gegaan tegen een beschikking over de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kind. De man verzocht een verlaging van zijn alimentatieverplichting vanaf 1 januari 2018 vanwege zijn huwelijk met een nieuwe partner, de geboorte van een nieuw kind en zijn verminderde financiële draagkracht.
Het hof oordeelde dat de ingangsdatum van de wijziging niet eerder dan 5 juni 2020 kan worden vastgesteld, omdat de vrouw pas vanaf die datum concreet rekening hoefde te houden met de gewijzigde omstandigheden. De draagkracht van de man werd berekend aan de hand van een gemiddelde winst over vier jaar, inclusief het negatieve resultaat in 2020 door de coronapandemie.
De behoefte van het kind werd vastgesteld op basis van eerdere berekeningen en indexeringen, waarbij de hogere inkomsten van de man in 2021 niet als bestendig werden beschouwd. Verder werd rekening gehouden met de onderhoudsplicht van de man als stiefouder van het kind van zijn nieuwe partner, maar zonder toerekening van kosten voor dat stiefkind vanwege onvoldoende draagkracht.
Na zorgvuldige berekening van de draagkracht van beide ouders en toepassing van de zorgkorting, stelde het hof de bijdrage van de man vast op €146 per maand vanaf 5 juni 2020 en €85 per maand vanaf 1 januari 2022. De beschikking van het hof van 4 december 2018 werd op dit punt gewijzigd en de man werd niet verplicht tot terugbetaling van te veel betaalde alimentatie.
Uitkomst: De bijdrage van de man in de kinderalimentatie wordt verlaagd tot €146 per maand vanaf 5 juni 2020 en tot €85 per maand vanaf 1 januari 2022.