In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd, met een verbetering van de gronden, behalve ten aanzien van de beslissing op de schadevordering van de benadeelde partij. De zaak betreft mishandeling en bedreiging, waarbij de benadeelde partij schadevergoeding vorderde.
De benadeelde partij vorderde een totaalbedrag van €1.836,19 vermeerderd met wettelijke rente. Het hof stelde de immateriële schade op billijke wijze vast op €500,00, vanwege het lichamelijk letsel aan de knie. De materiële schade werd gedeeltelijk toegewezen tot €812,19 voor verlies van arbeidsvermogen, waarbij een reeds ontvangen vergoeding van €150,- in mindering werd gebracht. De post boete werd niet als directe schade erkend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof legde een schadevergoedingsmaatregel op om de betaling door de verdachte aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer te waarborgen, met een maximale gijzelingstermijn van 23 dagen. De wettelijke rente gaat in vanaf 13 augustus 2020. Voor de overige onderdelen van het vonnis bleef het hof bij de eerdere beslissing.