Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding
2.De verdere beoordeling
feitelijkbewust was van de mogelijkheid om haar vordering van € 734.076 (voor zover mogelijk) te verrekenen met het saldo op de rekening van [naam] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep geoordeeld over de aansprakelijkheid van Van Lanschot wegens onrechtmatige uitwinning van zekerheid. In een eerder tussenarrest werd vastgesteld dat Van Lanschot onrechtmatig had gehandeld door een bedrag van €734.076 niet aan appellante door te betalen, maar in plaats daarvan de schuld van Oberon te delgen.
Het hof heeft vervolgens de omvang van de schade vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met een hypothetische situatie waarin Van Lanschot niet onrechtmatig had gehandeld. Daarbij is vastgesteld dat Van Lanschot geen afstand had gedaan van haar hypotheekrechten zolang haar vordering niet was voldaan. Tevens is vastgesteld dat een batig saldo van €409.604,10 op een rekening van borg stond, dat niet werd verrekend.
Het hof concludeert dat Van Lanschot haar vordering tot dat bedrag had kunnen verhalen op de erfgenamen van de borg en appellante slechts aansprakelijk was voor het resterende bedrag. Hierdoor is de schade van appellante vastgesteld op €409.604,10. Daarnaast is Van Lanschot veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf 25 november 2016 en tot vergoeding van de proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: Van Lanschot wordt veroordeeld tot betaling van €409.604,10 plus wettelijke rente en proceskosten aan appellante.