ECLI:NL:GHAMS:2023:606
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezag ouders over minderjarige na langdurige uithuisplaatsing
De minderjarige [kind 1] is sinds juni 2020 meerdere malen met spoed uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over de opvoedingssituatie, waaronder psychische problematiek en problematisch alcoholgebruik bij de moeder. Na diverse crisispleeggezinnen verblijft zij sinds oktober 2020 in een perspectief biedend pleeggezin waar zij goed gehecht is en zich leeftijdsadequaat ontwikkelt.
De ouders, woonachtig in Oostenrijk, zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die hun gezag beëindigde en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemde. Zij stellen dat zij een stabiel leven kunnen bieden en dat beëindiging van het gezag slechts in uitzonderlijke omstandigheden is toegestaan. De raad en de GI betogen dat de ouders onvoldoende aansluiten bij de behoeften van het kind en dat het belang van stabiliteit en continuïteit in de huidige situatie voorop staat.
Het hof oordeelt dat de ouders niet in staat zijn binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen. Gezien de jonge leeftijd van het kind en haar hechting aan het pleeggezin is beëindiging van het gezag noodzakelijk. Een lichtere maatregel is niet in het belang van het kind. De inmenging in het gezinsleven is proportioneel en subsidiariteit is gewaarborgd. Het hof bekrachtigt de beschikking en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de ouders over de minderjarige en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.