In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2020 bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van het bezit van een geladen vuurwapen en een boksbeugel door de verdachte op oudejaarsnacht in het uitgaansgebied van Rotterdam.
Het hof vernietigde echter de strafoplegging van de rechtbank en legde een nieuwe straf op. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 101 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een onvoorwaardelijke taakstraf van 180 uur. De tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht werd in mindering gebracht. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Het hof nam in aanmerking dat het bezit van wapens een groot veiligheidsrisico vormt en gevoelens van onveiligheid versterkt. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder aanzienlijke gokschulden, een belangrijke opdracht in het buitenland, en de gespannen relatie met zijn gezin. Gezien deze omstandigheden achtte het hof een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet in het belang van de verdachte.
Verder constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep met bijna zes maanden, wat meegewogen werd in de strafoplegging. De verdachte toonde openheid over zijn problemen en betuigde spijt, wat eveneens in zijn voordeel werd meegewogen.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 21 februari 2023.