ECLI:NL:GHAMS:2023:853
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: wijziging uitkering en indexering onder Curaçaos recht
Partijen zijn gehuwd in 1993 en hebben twee kinderen. Na hun scheiding in 2013 woonden zij deels in Curaçao en Nederland. In 2012 sloten zij een convenant met afspraken over partner- en kinderalimentatie. De man verzocht in hoger beroep om beëindiging of verlaging van zijn alimentatieverplichting, terwijl de vrouw de indexering van de alimentatie wilde laten toepassen.
Het hof beoordeelde de wijziging van omstandigheden sinds de laatste uitspraak in 2019. De man werkt sinds 2019 in loondienst en heeft een BV opgericht met zijn geregistreerde partner om inkomsten te structureren. Ondanks een aanzienlijke alimentatieachterstand bleek zijn draagkracht niet significant gewijzigd. De behoefte van de vrouw werd opnieuw vastgesteld, rekening houdend met haar WIA-uitkering en gezondheidsproblemen die haar arbeidsvermogen beperken.
De rechtbank stelde de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw vast op €1.273 per maand vanaf 15 januari 2019. De man’s verzoek tot limitering van de duur van de alimentatie werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. De vrouw’s verzoek tot indexering werd afgewezen voor de periode vóór 2020, omdat het Curaçaos recht van toepassing is en indexering daar pas vanaf 1 januari 2020 geldt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt met ingang van 15 januari 2019 verlaagd naar €1.273 per maand en indexering wordt pas vanaf 2020 toegepast volgens Curaçaos recht.