Uitspraak
Onderzoek ter terechtzitting
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 22 november 2022. Tijdens de terechtzitting op 5 april 2023 heeft het hof vastgesteld dat er geen schriftelijke grieven zijn ingediend door of namens de verdachte, noch zijn er mondeling bezwaren tegen het vonnis geuit. Ook is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang bij verder onderzoek van de zaak.
De advocaat-generaal en de raadsvrouw hebben beiden verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Gezien het ontbreken van grieven en het ontbreken van een belang bij onderzoek, heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 5 april 2023. De procedure werd beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang.