ECLI:NL:GHAMS:2024:1008
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens verjaring mishandeling met zwaar lichamelijk letsel
In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter uit 2006, waarin verdachte bij verstek was veroordeeld voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel gepleegd in 2005.
Het openbaar ministerie had de verdachte in 2006 gedagvaard, maar vanwege onbekendheid met haar verblijfplaats en het ontbreken van een verblijfsvergunning was de dagvaarding aan de griffier gegeven. De verdachte verliet Nederland en vestigde zich in het buitenland. De verstekvonnisuitspraak werd in augustus 2006 betekend, maar het OM plaatste de verdachte abusievelijk niet op de signaleringslijst en verrichtte daarna geen vervolgingshandelingen.
Pas in 2018 keerde de verdachte terug naar Nederland en werd zij ingeschreven in de BRP. In 2023 werd het vonnis alsnog aan haar betekend. Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn van twaalf jaar was verstreken zonder dat het OM een daad van vervolging had verricht, waardoor het feit verjaard is en het OM niet-ontvankelijk is in de vervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van de vervolging.