In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Amsterdam is vastgesteld dat verdachte zich op 23 juni 2021 en 4 februari 2022 opzettelijk niet aan gebiedsverboden heeft gehouden in het overlastgebied Zuid-Oost te Amsterdam. Tevens is bewezen dat verdachte op 23 oktober 2021 wederrechtelijk een kledingwinkel is binnengedrongen.
De verdediging voerde aan dat de gebiedsverboden onrechtmatig waren opgelegd en dat er geen opzet was. Het hof oordeelde echter dat de verblijfsverboden rechtmatig waren en dat verdachte bekend was met de inhoud en duur ervan, waardoor opzet is komen vast te staan. De gedragingen van verdachte in de winkel, waaronder het gebruik van gereedschap en het verlaten van de plek na het inschakelen van het licht, wezen op wederrechtelijk binnendringen.
Hoewel de feiten strafbaar zijn, heeft het hof besloten geen straf of maatregel op te leggen vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die dak- en thuisloos is en heroïneverslaafd. Het hof achtte het opleggen van een straf op dit moment niet opportuun en bepaalde op grond van artikel 9a Sr dat geen straf wordt opgelegd. Daarnaast worden de in beslag genomen goederen aan verdachte geretourneerd.