In hoger beroep is het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 1 maart 2022 beoordeeld. Verdachte was vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van belediging door spugen in het gezicht van het slachtoffer. Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht was tegen een eerdere beslissing ter zake een ander tenlastegelegd feit.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover het betrekking heeft op het tenlastegelegde feit van belediging door spugen en spreekt verdachte vrij. De verklaring van het slachtoffer en een getuige in hoger beroep leidde tot twijfel over het feit dat verdachte daadwerkelijk in het gezicht heeft gespuugd; het hof achtte het niet wettig en overtuigend bewezen.
Daarnaast wees het hof de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af, omdat verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde feit waarop die vordering betrekking had.