Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:1011

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 april 2024
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
23-000585-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 SvArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs belediging door spugen in gezicht

In hoger beroep is het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 1 maart 2022 beoordeeld. Verdachte was vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van belediging door spugen in het gezicht van het slachtoffer. Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht was tegen een eerdere beslissing ter zake een ander tenlastegelegd feit.

Het hof vernietigt het vonnis voor zover het betrekking heeft op het tenlastegelegde feit van belediging door spugen en spreekt verdachte vrij. De verklaring van het slachtoffer en een getuige in hoger beroep leidde tot twijfel over het feit dat verdachte daadwerkelijk in het gezicht heeft gespuugd; het hof achtte het niet wettig en overtuigend bewezen.

Daarnaast wees het hof de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af, omdat verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde feit waarop die vordering betrekking had.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van belediging door spugen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000585-22
datum uitspraak: 18 april 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 maart 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 13-251843-21 en 23-003644-18 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1982,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende
- tot niet- ontvankelijkheid van de verdachte inzake het onder 1 tenlastegelegde en
- tot vrijspraak inzake het onder 2 tenlastegelegde
en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de politierechter vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
2.
hij op of omstreeks 18 september 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer], in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door voornoemde [slachtoffer] eenmaal of meermalen in het gezicht te spugen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Vrijspraak feit 2

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
De aangever [slachtoffer] en de getuige [getuige] hebben, anders dan in eerste aanleg, in een verhoor bij de raadsheer-commissaris verklaard dat de verdachte niet echt een spugende beweging naar aangever had gemaakt, maar eerder met veel speeksel had gesproken. Daardoor is het hof tot niet tot de overtuiging gekomen dat de verdachte aangever in het gezicht heeft willen spugen.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 oktober 2019 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Het hof overweegt als volgt. Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van 13 januari 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 oktober 2019, parketnummer 23-003644-18, opgelegde voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. D. Radder en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 april 2024.
=========================================================================
[…]