ECLI:NL:GHAMS:2024:1023

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 maart 2024
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
000715-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen beschikking vergoeding kosten rechtsbijstand verzoekschriftprocedure

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam, waarin een vergoeding van €340 voor kosten rechtsbijstand in een verzoekschriftprocedure werd toegekend en verrekend. Het hoger beroep is tijdig ingesteld en het openbaar ministerie heeft advies uitgebracht.

Tijdens de openbare behandeling in de raadkamer is appellant niet verschenen, noch diens advocaat. Het hof heeft de stukken bestudeerd en geoordeeld dat op grond van artikel 534 Sv Pro gronden van billijkheid aanwezig zijn om de vergoeding toe te kennen. De rechtbank had het bedrag verrekend conform artikel 534 lid 3 Sv Pro.

De advocaat van appellant voerde aan dat de vergoeding niet verrekend zou moeten worden omdat deze aan de advocaat toekomt voor werkzaamheden rondom het verzoekschrift. Het hof overweegt dat de vergoeding op grond van artikel 530 Sv Pro aan de gewezen verdachte wordt toegekend en niet aan diens advocaat. Verrekening van het bedrag betekent niet dat de verdachte geen betalingsverplichting aan de advocaat meer heeft.

Het hof volgt de bestendige lijn dat ook kosten van een raadsman in verband met het verzoekschrift verrekend moeten worden. Daarom wijst het hof het hoger beroep af en bevestigt de beschikking van de rechtbank.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de vergoeding van €340 voor kosten rechtsbijstand met verrekening.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000715-23 (530 Sv)
parketnummer: 13-099271-23
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 28 juli 2023 op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[appellant],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M.M. Helmers,
Emmalaan 35, 3581 HP te Utrecht.

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 15 augustus 2023 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 7 december 2023 heeft de advocaat-generaal het advies van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld proces-verbaalnummer en heeft op 27 februari 2024 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen. Zijn advocaat is - met kennisgeving vooraf - eveneens niet verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.
De rechtbank heeft het toegekende bedrag verrekend overeenkomstig het derde lid van artikel 534 Sv Pro.
De advocaat van appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat het toegekende bedrag niet verrekend dient te worden en heeft daartoe kort gezegd aangevoerd dat de vergoeding toekomt aan de advocaat voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van het opstellen en indienen van het verzoekschrift.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 530 Sv Pro een vergoeding kan worden toegekend aan de gewezen verdachte en dat deze vergoeding niet kan worden toegekend aan zijn advocaat. Dat het aan de gewezen verdachte toegekende bedrag wordt verrekend, betekent bovendien niet dat de gewezen verdachte een eventueel met de advocaat gemaakte betalingsverplichting niet meer hoeft na te komen.
In hetgeen wordt aangevoerd ziet het hof daarom geen aanleiding af te wijken van de bestendige lijn ook de kosten van een raadsman in verband met het opstellen en indienen van een verzoekschrift te moeten verrekenen.
Het hof verenigt zich derhalve met de beschikking waarvan beroep en zal het hoger beroep dus afwijzen.

4.Beslissing

Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.A.E. van Noort, B.E. Dijkers en R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 19 maart 2024. .