ECLI:NL:GHAMS:2024:1024
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand in hoger beroep op grond van artikel 530 Sv
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam die een vergoeding voor kosten rechtsbijstand matigde tot €3.460,60. Het verzoek betrof vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure zelf.
Het hof heeft de gespecificeerde declaraties beoordeeld en oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom matiging passend zou zijn, mede omdat onduidelijkheden over nota’s en werkzaamheden inmiddels zijn opgehelderd en het dossier beperkt van omvang is. Het hof volgt de jurisprudentie dat matiging alleen aan de orde is bij ‘in het oog springend bovenmatige’ kosten, wat hier niet is vastgesteld.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het volledige gevorderde bedrag van €6.344 toe, bestaande uit €5.324 voor de strafzaak en €1.020 voor de verzoekschriftprocedure. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 maart 2024.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep toe en kent appellant een vergoeding van €6.344 toe voor kosten rechtsbijstand.