Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:1025

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 maart 2024
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
000781-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding en kosten rechtsbijstand in verzoekschriftprocedure na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging

Verzoeker heeft bij het gerechtshof Amsterdam een verzoekschrift ingediend tot vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. De strafzaak eindigde bij arrest van 13 september 2023 zonder oplegging van straf of maatregel.

Het hof heeft het verzoekschrift tijdig ontvangen en beoordeeld aan de hand van de artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering. Gelet op de gronden van billijkheid is een vergoeding toegekend voor de door verzoeker ondergane verzekering ten bedrage van €520,00 en een forfaitaire vergoeding van €340,00 voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure.

De vergoeding voor rechtsbijstand is gebaseerd op afspraken binnen het Landelijk Overleg Vergoeding Strafrechtadvocatuur (LOVS), waarbij een forfaitair bedrag wordt gehanteerd. De door de raadsman overgelegde factuur voldeed aan de wettelijke vereisten. De beschikking is op 19 maart 2024 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hof kent verzoeker een schadevergoeding van €520 en een forfaitaire vergoeding van €340 voor kosten rechtsbijstand toe.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000781-23 (530 Sv) en 000794-23 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-001173-22
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 2000,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. H.G. Koopman,
Keizersgracht 188, 1016 DW te Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 3 oktober 2023 ingekomen.
Op 24 januari 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt.
Op 30 januari 2024 is het verzoekschrift in raadkamer behandeld.
Op 13 februari 2024 heeft het hof een tussenbeschikking gewezen.
Op 15 februari 2024 is een aanvullend stuk (factuur) van de advocaat van verzoeker ingekomen.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 27 februari 2024 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Met kennisgeving daarvan zijn verzoeker en zijn advocaat niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 520,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 13 september 2023 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv Pro
Gronden van billijkheid zijn aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door verzoeker ondergane verzekering tot een bedrag van € 520,00.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv Pro
Binnen het LOVS zijn afspraken gemaakt met betrekking tot verzoekschriften ex artikel 529, 530, 533 Sv. Onder meer is een forfaitair bedrag vastgesteld ten bedrage van € 340,00 voor het indienen van een zodanig verzoek. Indien de advocaat het verzoek in raadkamer komt toelichten, wordt het toe te kennen bedrag verhoogd met € 340,00. Het hof pleegt die afspraken van het LOVS te volgen.
De forfaitaire bedragen bestaan steeds uit een hoofdsom voor door de advocaat verleende rechtsbijstand (€ 280,99) en een aan btw te betalen bedrag (21% over de hoofdsom, te weten € 59,01). Indien verzoeker de btw kan verrekenen, wordt door het hof slechts de hoofdsom toegekend.
In de praktijk is de gewoonte ontstaan dat de kosten die zijn gemaakt voor een raadsman in de strafzaak worden gestaafd met een afschrift van de factuur. Dit is echter anders ten aanzien van de kosten van een raadsman in de verzoekschriftprocedure. Facturatie heeft dan immers doorgaans nog niet plaatsgevonden. Indien echter al wel (deels) is gefactureerd, kan verzoeker deze kosten (deels) aannemelijk maken door een afschrift van de factuur bij het verzoek te voegen. Deze factuur dient vanzelfsprekend te voldoen aan de wettelijke vereisten. De hoofdsom, het btw-percentage en het aan btw te betalen bedrag dienen op de factuur te zijn vermeld.
Indien geen factuur wordt overgelegd, kan het verzoekschrift deze kosten staven. Het verzoekschrift dient dan - uitdrukkelijk - te vermelden wie gefactureerd gaat worden, alsmede de gegevens hierboven genoemd die ook op de factuur behoren te zijn vermeld: de hoofdsom, het btw-percentage en het aan btw te betalen bedrag.
De door de raadsman nagezonden factuur bevat de voornoemde specificaties.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 340,00.

4.Beslissing

Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 533 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 520,00 (vijfhonderdtwintig euro).
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 340,00 (driehonderdveertig euro).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.A.E. van Noort, B.E. Dijkers en R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 19 maart 2024. .
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 860,00 (achthonderdzestig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. schadevergoeding [verzoeker].
Amsterdam, 19 maart 2024,
mr. R.A.E. van Noort, voorzitter.