In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de verdachte veroordeeld voor diefstal met geweld van een tas. Het hof verwierp het verweer dat de tas werd meegenomen om een statement te maken en bevestigde dat het oogmerk was de tas wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof verving de bewijsoverweging en voegde een aanvullend proces-verbaal toe waarin werd vastgesteld dat het slachtoffer de tas stevig vasthield. De strafoplegging werd gewijzigd ten opzichte van de politierechter: het hof legde een gevangenisstraf van 4 maanden op, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, mede gelet op de ernst van het feit en het ontbreken van inzicht bij de verdachte.
De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd afgewezen vanwege de bijzondere omstandigheden dat de verdachte een asielprocedure doorloopt en zijn verblijf in het AZC zou verliezen bij gevangenisstraf.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 april 2024. De tijd van voorarrest wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf.