ECLI:NL:GHAMS:2024:112

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 januari 2024
Publicatiedatum
17 januari 2024
Zaaknummer
23-001527-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in hoger beroep wegens onvoldoende bewijs tenlastelegging

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 12 januari 2024 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 8 mei 2023. De verdachte werd aanvankelijk veroordeeld, maar het hof heeft het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan door de verdachte vrij te spreken.

De beslissing is genomen omdat het hof oordeelde dat het tenlastegelegde niet bewezen kon worden. Hiermee komt een einde aan de strafrechtelijke procedure tegen de verdachte in deze zaak. De advocaat-generaal heeft tijdens de terechtzitting afstand gedaan van het recht om in cassatie te gaan, waardoor de uitspraak van het hof definitief is.

Deze uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs in strafzaken en bevestigt het recht op een eerlijk proces waarbij de verdachte niet wordt veroordeeld zonder overtuigend bewijs.

Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het tenlastegelegde.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 13-033401-23
parketnummer hoger beroep : 23-001527-23

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 12 januari 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2023 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte01]

voornamen:
[verdachte01]
geboren: op [geboortedatum01] 1962 te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] )
adres: [adres01] .

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gewezen door mr. R.P. den Otter, in bijzijn van mr. D.M.M. Linskens, griffier.
mr. R.P. den Otter
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.