ECLI:NL:GHAMS:2024:1120
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- P.F.E. Geerlings
- I.A. van der Burg
- A.E. Kleene - Krom
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot wraking na einduitspraak in strafzaak
In deze strafrechtelijke procedure bij het Gerechtshof Amsterdam heeft verzoeker op 9 april 2024 tijdens de mondelinge behandeling een verzoek tot wraking ingediend tegen de behandelend raadsheer, direct na de uitspreking van de einduitspraak.
De wrakingskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 en Pro 513 van het Wetboek van Strafvordering en jurisprudentie van de Hoge Raad. Daarbij is overwogen dat wraking alleen mogelijk is indien sprake is van gegronde vrees voor partijdigheid en dat het verzoek tijdig moet worden gedaan zodra de feiten bekend zijn.
Omdat het verzoek pas na de einduitspraak werd gedaan, is het doel van wraking – het voorkomen dat een rechter de zaak verder behandelt – niet meer te bereiken. Dit maakt het verzoek niet-ontvankelijk. De wrakingskamer heeft het verzoek daarom zonder inhoudelijke behandeling afgewezen.
De beslissing is genomen door drie raadsheren en is op 18 april 2024 uitgesproken. De griffier en raadsheren waren niet in staat de beslissing te ondertekenen.
Uitkomst: Verzoek tot wraking na einduitspraak is niet-ontvankelijk verklaard.