Uitspraak
mr. L.J.J. Kerstensen
mr. G.P. de Gruijter, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. T.B. de Clercken
mr. Ph.W. Schreurs, kantoorhoudende te Venlo respectievelijk Eindhoven,
10 R.A.M.L. VAN OEIJEN
ATLAS TECHNOLOGIES B.V.,
mr. R.A.J.C. Huijs,kantoorhoudende te Eindhoven,
11 [bestuurder F] ,
[bestuurder G] ,
13 [commissaris 1] ,
[commissaris 2] ,
mr. H. Reumkens,kantoorhoudend te Amsterdam,
15 [oprichter A] ,
[oprichter B],
[oprichter C],
[oprichter D],
[oprichter E],
- verzoeker als Van Ingen q.q.;
- verweerster sub 1 als FoL;
- verweerster sub 2 als ATH;
- verweerster sub 3 als AT;
- verweerster sub 4 als LL;
- verweersters sub 1 t/m 4 als FoL c.s.;
- belanghebbende sub 1 als StAK FoL;
- belanghebbende sub 2 als [oprichter A B.V.] ;
- belanghebbende sub 3 als [oprichter B B.V.] ;
- belanghebbende sub 4 als MakeUse;
- belanghebbende sub 5 als Whole Bergh;
- belanghebbende sub 6 als [oprichter E B.V.] ;
- belanghebbenden sub 2 tot en met 6 gezamenlijk als de oprichters;
- belanghebbende sub 7 als LL HoldCo;
- belanghebbende sub 8 als Employees of Lightyear Holding;
- belanghebbende sub 9 als Zero Point Holding;
- belanghebbende sub 10 als Van Oeijen q.q.;
- belanghebbende sub 11 als [bestuurder F] ;
- belanghebbende sub 12 als [bestuurder G] ;
- belanghebbende sub 13 als [commissaris 1] ;
- belanghebbende sub 14 als [commissaris 2] ;
- belanghebbende sub 15 als [oprichter A] ;
- belanghebbende sub 16 als [oprichter B] ;
- belanghebbende sub 17 als [oprichter C] ;
- belanghebbende sub 18 als [oprichter D] ;
- belanghebbende sub 19 als [oprichter E] .
1.Het verloop van het geding
2.Inleiding en feiten
start-upvoor de ontwikkeling van een op zonne-energie aangedreven auto. De groep bestond tot begin 2023 onder meer uit ATH en haar beide 100%-dochtervennootschappen AT en LL. Voor de ontwikkeling van de zonneauto was veel geld nodig. FoL, dat circa 20% van de aandelen in ATH houdt, fungeerde tot begin 2023 als investeringsvehikel voor de Lightyear-groep; zij trok leningen aan van investeerders en leende de opbrengst daarvan door aan ATH. Op 23 januari 2023 heeft de Lightyear-groep alle bedrijfsactiviteiten gericht op het ontwikkelen van de zonneauto gestaakt. Vervolgens zijn AT en ATH eind januari 2023 respectievelijk eind maart 2023 failliet verklaard, met benoeming van Van Oeijen tot curator. Hij heeft de aandelen in LL verkocht in het kader van een gedeeltelijke doorstart. Eind mei 2023 is vervolgens het faillissement van FoL uitgesproken, waarbij Van Ingen is benoemd tot curator. Van Ingen q.q. verzoekt nu een enquête bij FoL, ATH, AT en LL over de periode vanaf eind 2021/januari 2022. Hij wil onder meer onderzocht zien of FoL niet te lang is doorgegaan met het aantrekken van leningen van investeerders en of aan die investeerders niet te rooskleurige informatie is verstrekt over de status en de vooruitzichten van de groep.
proof of concept’-model, de Lightyear 0 (hierna: de LY0) met een lage oplage en een hoge prijs. Medio 2022 is een oplage van 946 stuks aangekondigd. Het doel was vervolgens de opbrengsten en opgedane kennis te gebruiken om tot ontwikkeling van een model voor massaproductie te komen, met een hoge oplage en een lage prijs, de Lightyear Two (hierna: de LY2).
convertible loan agreements,leningen die converteerbaar waren in certificaten van aandelen in ATH. De vordering die FoL door de overname van de uitstaande CLA’s verkreeg op ATH is omgezet in een geldlening van FoL aan ATH, waarvoor FoL en ATH op 15 maart 2021 een overeenkomst van geldlening hebben gesloten (hierna: Leningsovereenkomst). Artikel 4 van Pro de Leningsovereenkomst bevat een verplichting voor ATH om op eerste schriftelijk verzoek van FoL zekerheid te verstrekken voor al haar betalingsverplichtingen aan FoL uit hoofde van de Leningsovereenkomst.
due diligence-proces en diverse besprekingen heeft de EIB op 16 december 2022 laten weten de investering voorlopig ‘
on hold’ te zetten. De redenen voor de EIB om de investering uit te stellen waren deels gelegen op het technische vlak. Daarnaast wilde de EIB dat de Lightyear-groep een
chief engineerzou aanstellen in het managementteam en wilde zij afwachten hoe de andere investeringstrajecten zich zouden ontwikkelen. Zij wilde niet als eerste instappen.
term sheetsopgesteld: één tussen VDL en de Lightyear-groep en één tussen VDL-Nedcar en de Lightyear-groep. Na het terugtrekken van de EIB op 16 december 2022 hebben nog diverse besprekingen plaatsgevonden met VDL en zijn nog aanpassingen in de concepten voor de
term sheetsgedaan. Op vrijdag 13 januari 2022 heeft de raad van commissarissen van VDL besloten de voorgenomen transactie met de Lightyear-groep niet goed te keuren, waarna VDL nog dezelfde dag aan de Lightyear-groep heeft laten weten dat zij afzag van de transactie, en op dat moment niet wilde investeren. Dit had onder meer te maken met de zorg van VDL dat haar investering gebruikt zou worden om bestaande schulden af te lossen en niet (volledig) naar de doorontwikkeling van de LY2 zou gaan.
3.De gronden van de beslissing
corporate governance.Er is, gelet op de snelle groei van de onderneming en de omvang van de benodigde financiering, met name te lang gewacht met het instellen van een raad van commissarissen en het benoemen van bestuurders met meer bestuurservaring dan de oprichters.
burn rate(uitgaven per maand) tot exorbitante hoogte steeg en (iii) niet of onvoldoende is gewerkt aan een concreet en gedetailleerd kostenbesparingsscenario. Verder is het bestuur van de Lightyear-groep onverminderd en tot zeer kort voor het faillissement substantiële financiering uit de markt blijven aantrekken, ook nadat duidelijk was – of had moeten zijn – dat daarmee onverantwoord grote risico’s werden afgewenteld op financiers en overige stakeholders.
Vidrea), r.o. 3.6 en 3.7). Dat kan mogelijk anders zijn als de curator de onderneming tijdens faillissement voortzet, maar daarvan is hier geen sprake. De wijze waarop en de voorwaarden waaronder Van Oeijen q.q. een gedeeltelijke doorstart van de onderneming van de Lightyear-groep mogelijk heeft gemaakt kan niet een onderwerp van een enquête zijn. De controle daarop is exclusief geregeld in de Faillissementswet en vindt plaats door de rechter-commissaris. Grond h kan derhalve niet bijdragen aan het oordeel dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken bij FoL c.s.
corporate governancevan FoL c.s. adequaat was, dient te worden beoordeeld met inachtneming van de aard van de onderneming, in dit geval een snelgroeiende, innovatieve
start-upin de automotive-industrie, die een geheel nieuw type auto wilde ontwikkelen. Daarvoor waren – voorzienbaar – zeer hoge investeringen nodig voordat enig rendement kon worden verwacht. De onderneming had daarmee een inherent hoog risicoprofiel. In 2021 en 2022 is de onderneming hard gegroeid. Op 22 december 2022 is (de algemene vergadering van) ATH overgegaan tot het benoemen van twee ervaren, externe bestuurders in haar raad van bestuur – [bestuurder F] en [bestuurder G] – en tot het instellen van een raad van commissarissen met twee gekwalificeerde commissarissen, [commissaris 1] en [commissaris 2] . Het ware beter geweest als dat eerder was gebeurd, al in de loop van 2021 of eerder in 2022, maar dat levert in de omstandigheden van het geval niet een gegronde reden op om aan juist beleid te twijfelen. Aannemelijk is geworden dat de zoektocht naar geschikte commissarissen al ruim voor december 2022 is begonnen, dat vanaf de zomer 2022 is gesproken met [commissaris 1] en dat [commissaris 2] en [commissaris 1] vanaf 12 oktober 2022 door het bestuur informeel zijn betrokken bij de gang van zaken. Van belang is verder dat het er vooralsnog voor gehouden moet worden dat het bestuur zich ook gedurende 2021 en 2022 adequaat en tijdig heeft laten informeren en adviseren door gekwalificeerde adviseurs en de verkregen adviezen heeft betrokken bij de besluitvorming. Het gaat daarbij, naar Van Ingen q.q. zelf stelt, onder meer om gerenommeerde advocaten en diverse accountants- en advieskantoren. Verder heeft het bestuur van ATH zich vanaf het begin laten bijstaan door een team van adviseurs (
advisory team), dat het bestuur gevraagd en ongevraagd van advies voorzag en in samenstelling is ‘meegegroeid’ met de Lightyear-groep. In oktober 2022 bestond het
advisory teamuit twaalf mensen, onder wie een aantal zwaargewichten uit de auto-industrie. De Lightyear-groep was bovendien vanaf 2018 onderdeel van het Make Next Platform (opgezet door ASML/Vanderlande/Huisman en later Thales om nieuwe maakbedrijven in Nederland te ontwikkelen). In dat kader kreeg het bestuur workshops, coaching en gevraagd en ongevraagd advies. Verder is de structuur met ‘
circle teams’ en ‘
triangle teams’ die volgens Van Ingen q.q. niet goed werkte, ingevoerd naar aanleiding van een daartoe strekkend advies van Deloitte. In het managementteam zat, tot slot, vanaf maart 2020 een voormalig accountant, met ervaring als CFO.
corporate governance(Van Ingen q.q. vraagt zich “ten zeerste af of de
governancevan de Lightyear-groep voldoende heeft gefunctioneerd en of deze niet in een veel eerder stadium had moeten worden aangepast aan de realiteit”) geen gegronde redenen op om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen.
start-upsin de automotive-industrie, waaronder Tesla, dat de forse groei van het personeelsbestand van de Lightyear-groep in 2021 en 2022 terwijl er nog geen omzet werd gegenereerd niet – zoals Van Ingen q.q. stelt – “onnavolgbaar” of “ongeëvenaard” is, maar veeleer de normale en te verwachten gang van zaken. Verder hebben zij toegelicht dat het gevoerde beleid, waaronder de toename in het personeelsbestand, steeds gericht was op het behalen van de
key milestonesom daarmee de aantrekkelijkheid van de onderneming voor investeerders zo groot mogelijk te houden. FoL c.s. spreken in dit verband over het sturen op “investeerbaarheid” van de onderneming. Verder hebben zij toegelicht dat van de 650 werknemers die eind 2022 bij de Lightyear-groep in dienst waren, er 380 in de
Technology circlewerkzaam waren, waaronder bij LL. Van die 380 waren er 362 direct werkzaam voor de ontwikkeling van de LY0, de LY2 of LL. Dat er ook nog andere mensen aan het werk waren die geen technische werkzaamheden uitvoerden, is niet vreemd, mede gelet op de omstandigheid dat het een bedrijf in opbouw betrof, aldus FoL c.s. Het is de Ondernemingskamer niet gebleken dat de Lightyear-groep deze strategie in redelijkheid niet heeft kunnen volgen. Het gevoerde personeelsbeleid kan de marginale rechterlijke toets derhalve doorstaan en vormt geen gegronde reden om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken bij FoL c.s.
the first batch” van de LY0 was gestart. FoL c.s. hebben toegelicht dat de eerste geproduceerde auto’s zouden worden gebruikt voor de noodzakelijke testen voor het verkrijgen van de RDW-goedkeuring. Dat niet meer LY0’s zijn geproduceerd komt omdat de productie na het faillissement is stilgelegd. Van Ingen q.q. hebben dat niet meer betwist.
start-updie een geheel nieuwe type auto wilde ontwikkelen, produceren en op de markt brengen. Een dergelijke onderneming is inherent zeer risicovol. Het ontwikkelen en vervolgens produceren van een nieuw type auto vergt veel tijd en geld. Dit brengt mee dat gedurende langere tijd zeer omvangrijke investeringen zijn vereist voordat er in de toekomst mogelijk winst kan worden gemaakt. Om die investeringen binnen te halen moest de Lightyear-groep financiers vinden die voldoende vertrouwen hadden in de te ontwikkelen producten en de winstgevendheid daarvan op termijn. De Lightyear-groep heeft in dit verband gekozen voor een strategie gericht op groei en op het behalen van bepaalde
key milestones,die investeerders konden overtuigen van de levensvatbaarheid van de onderneming en het product, om zodoende de “investeerbaarheid” van de groep zo hoog mogelijk te houden. Dat het bestuur van de Lightyear-groep in de gegeven omstandigheden in redelijkheid niet voor deze strategie had kunnen kiezen, is niet aangevoerd en is ook overigens niet gebleken (vgl. ook hiervoor, in 3.6). Bij deze strategie past dat de
burn raterelatief hoog is en de
runway(de tijd dat de onderneming met het beschikbare actief kan voortbestaan, voordat nieuwe investeringen moeten worden aangetrokken) relatief beperkt. Uit het dossier komt naar voren dat FoL c.s. zich daarvan ook bewust waren. Van Ingen q.q. verwijt de bestuurders van FoL c.s. in dat verband dat zij niets hebben gedaan met een aanbeveling van Deloitte uit juli 2022, luidend:
burn rate/runwayen verschillende scenario’s heeft uitgewerkt. Uiteindelijk is toen, in overleg met de G6-investeerders, gekozen voor een strategie gericht op het maximaliseren van “de investeerbaarheid” van de groep, waarin ruimte was voor kostenreductie en het remmen van groei, maar in zodanige mate dat de groep in staat bleef de
key milestoneste halen. Dat kostenreductie binnen het kader van dit beleid in aanzienlijke mate mogelijk was geweest maar is nagelaten, heeft Van Ingen q.q. niet gesteld en is ook niet gebleken.
runway. Niet juist is de stelling van Van Ingen q.q. dat ook na juli 2022 slechts maandelijkse cashflow-prognoses werden opgesteld. Uit een e-mail van 5 december 2022 van [H] van de Brabantse Ontwikkeling Maatschappij (BOM), één van de G6-investeerders, blijkt dat hij een liquiditeitsprognose van FoL c.s. heeft ontvangen waaruit bleek dat de
runwaynog 3 tot 6 weken was, afhankelijk van de vraag of een bepaalde investeerder wel of niet nog een CLA zou verstrekken. In het dossier bevindt zich verder een cashflow-prognose per week over de periode vanaf week 50 van 2022. Die prognose verschilt niet veel van het uiteindelijke verloop van de kasstroom.
pipeline of investment’ als goed beoordeelde op 12 oktober 2022, bij zijn kennismaking met de onderneming als beoogd commissaris. Na het, in ieder geval voorlopig, afhaken van de EIB als investeerder op 16 december 2022 was het slagen van het investeringstraject met VDL een vereiste voor de continuïteit van de onderneming. Het bestuur was zich hiervan ook bewust. De onderhandelingen met VDL verliepen echter voorspoedig, zo blijkt uit de in het geding gebrachte stukken, waaronder correspondentie en concepten voor een LOI en voor
term sheets. Op 2 januari 2023 heeft een medewerker van de Lightyear-groep aan het
executive teamvan de groep geschreven:
“As discussed today with VDL Group (…), we aim to sign both VDL Group term sheet and VDL Nedcar term sheet in week 3.”Voor VDL leek de propositie van de Lightyear-groep ook aantrekkelijk omdat zij in de beoogde samenwerking weer auto’s kon gaan produceren in haar Nedcar-fabriek en daarmee werk verschaffen aan de 380 werknemers aldaar. Aan de Ondernemingskamer is niet gebleken dat VDL voor 13 januari 2023 op enigerlei wijze kenbaar heeft gemaakt dat zij dreigde, of overwoog, zich als investeerder terug te trekken. [bestuurder F] , die zich in een schriftelijke verklaring kritisch heeft uitgelaten over het bij de Lightyear-groep gevoerde beleid en zich daarover ook ter zitting kritisch toonde, heeft desgevraagd ter zitting bevestigd dat het terugtrekken van VDL als investeerder op 13 januari 2023 voor het voltallige bestuur, inclusief hemzelf, totaal onverwacht kwam. Ook de beide commissarissen waren tot dan toe in de veronderstelling dat het investeringstraject alle kans van slagen had, zo hebben zij ter zitting verklaard. In dit licht bezien is niet aannemelijk geworden dat FoL te lang is doorgegaan met het uitgeven van CLA’s. Na 13 januari 2023 heeft zij immers geen CLA’s meer uitgegeven.
SMHHC)).