ECLI:NL:GHAMS:2024:130
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding rechtsbijstandkosten na mediation en sepot in strafzaak toegekend
Appellant stelde een verzoek in tot vergoeding van diverse kosten, waaronder schade door verzekering en rechtsbijstandkosten, naar aanleiding van een strafzaak die eindigde met een sepot na mediation.
De rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, maar het hof oordeelde dat appellant wel ontvankelijk is omdat de sepotbrief per gewone post werd verzonden en de raadsman pas later op de hoogte werd gesteld.
Het hof overwoog dat gronden van billijkheid ontbreken voor vergoeding van schade en rechtsbijstandkosten in de strafzaak zelf, omdat de zaak eindigde met een mediation en sepot. Wel is er billijkheid voor vergoeding van kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure zelf, waarvoor €680 werd toegekend.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door deze vergoeding toe te kennen en de overige verzoeken af te wijzen.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 9 januari 2024.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van €680 toe voor kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure en wijst de overige verzoeken af.