In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter wegens openlijke geweldpleging heeft het gerechtshof Amsterdam het oorspronkelijke vonnis bevestigd, behalve ten aanzien van de beslissing over de schadevergoeding aan de benadeelde partij. De benadeelde partij had een vordering ingediend van in totaal €3.750, bestaande uit €250 materiële en €3.500 immateriële schade. De politierechter had slechts €2.750 toegewezen.
Tijdens het hoger beroep heeft de benadeelde partij haar vordering verlaagd tot €2.750 en het hof heeft geoordeeld dat de benadeelde partij recht heeft op dit volledige bedrag. Zowel de materiële als immateriële schade was voldoende onderbouwd en niet betwist door de verdediging.
Het hof heeft het vonnis vernietigd voor zover het de schadevergoeding en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel betreft en heeft de vordering van de benadeelde partij volledig toegewezen. Daarnaast is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd om de betaling door de verdachte te bevorderen, met een maximale gijzelingstermijn van 37 dagen. De wettelijke rente is vastgesteld vanaf 18 april 2023 voor materiële schade en 31 juli 2022 voor immateriële schade.
Het hof bevestigt het vonnis voor het overige en legt de verdachte hoofdelijk aansprakelijk voor de schadevergoeding samen met eventuele mededaders. De kosten voor tenuitvoerlegging zijn begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 14 mei 2024.