ECLI:NL:GHAMS:2024:135
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S. Jongeling
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- T.J. Kelder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens medeplegen oplichting en valsheid in geschrift
In deze zaak stond de ontnemingsvordering centraal die voortvloeide uit een eerdere veroordeling van betrokkene voor medeplegen van oplichting en het opzettelijk gebruik van een vals geschrift. Betrokkene had met behulp van valse werkgeversverklaringen een hypothecaire lening van €334.202,- verkregen bij de SNS bank, waarmee een woning werd aangeschaft.
De raadsman voerde primair aan dat er geen sprake was van vermogensvermeerdering omdat betrokkene een schuld was aangegaan voor hetzelfde bedrag, en subsidiair dat het wederrechtelijk verkregen voordeel niet concreet vastgesteld kon worden omdat de woning nog niet was verkocht. Het hof verwierp deze verweren en stelde dat het voordeel bestond uit de waardestijging van de woning, een vorm van vervolgprofijt, ongeacht de hypotheekschuld en het feit dat de woning nog niet verkocht was.
Het hof baseerde de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een rapport van 11 november 2022 en de WOZ-waarde van de woning op 1 januari 2020. Tevens verwierp het hof het verzoek om de betalingsverplichting op nihil te stellen, omdat draagkracht pas in de executiefase aan de orde kan komen.
Het arrest bevestigt het vonnis van de politierechter van 28 februari 2023 waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van €85.000,- aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 januari 2024.
Uitkomst: Het hof bevestigt de betalingsverplichting van €85.000 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.