ECLI:NL:GHAMS:2024:1352
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam. Hoewel het hoger beroep tijdig was ingesteld, werden geen schriftelijke grieven door of namens de verdachte ingediend. Tijdens de terechtzitting gaf de raadsman aan dat verdachte zijn eerdere bezwaren tegen de opgelegde straf niet langer handhaaft.
Gezien het ontbreken van grieven en het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij verder onderzoek, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit besluit is genomen op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 april 2024. De oudste en jongste raadsheer konden het arrest niet medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en het niet langer handhaven van bezwaren.