ECLI:NL:GHAMS:2024:1440
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing huurrecht echtelijke woning aan vrouw en bijdrage levensonderhoud man
Partijen zijn gehuwd sinds 1992 en hebben drie meerderjarige kinderen. De rechtbank wees het huurrecht van de echtelijke woning toe aan de vrouw, omdat haar kansen op alternatieve woonruimte kleiner zijn dan die van de man en hun jongste dochter bij haar woont. De man ging in hoger beroep tegen dit deel van de beschikking en stelde dat hij vanwege zijn gezondheidsproblemen en beperkte woonalternatieven recht heeft op het huurrecht.
Het hof verklaarde de man niet-ontvankelijk voor zijn hoger beroep tegen de echtscheiding omdat hij geen grieven had gericht tegen die beslissing. Wel oordeelde het hof dat het huurrecht terecht aan de vrouw is toegewezen, mede vanwege de leeftijdsverschillen, de woonomstandigheden van de dochter en het ontbreken van voldoende onderbouwing van de man voor zijn medische urgentie.
In incidenteel hoger beroep verzocht de vrouw een financiële bijdrage van de man voor haar levensonderhoud. Het hof stelde vast dat de vrouw geen eigen inkomen heeft en niet in aanmerking komt voor een uitkering zolang het huwelijk voortduurt. De man betaalt de vaste lasten en zorgpremie. Het hof legde de man een wekelijkse bruto bijdrage van €40 op vanaf de datum van de beschikking tot inschrijving van de echtscheiding, waarbij deze bijdrage in plaats komt van eventuele boodschappen in natura.
Uitkomst: Het huurrecht wordt toegewezen aan de vrouw en de man moet haar €40 bruto per week betalen voor levensonderhoud tot inschrijving van de echtscheiding.